Brunswick Square Church

In de jaren 1868 tot 1870 werd in opdracht van de Presbyterian Church of England een kerk gebouwd aan de Brunswick Square in de wijk Camberwell in Londen. Deze kerk werd de "Brunswick Square Church" genoemd. Op oude kaarten is deze kerk dus al zichtbaar al zichtbaar. De kerk was ongeveer 30 meter lang en 20 meter breed. Bij de kerk was ook een zaal voor lezingen, een 'lecture hall'. Deze zaal was 20 bij 9 meter.

Op onderstaande kaart uit 1899 staat de kerk precies in het midden ("Pres. Cha."). De rode kleuren op de kaart is het werk van William Booth, oprichter van het Leger des Heils, en hiermee wordt de welgesteldheid van de woningen aangegeven.

Introductie van het orgel in de gemeente

In 1875 werd dhr J. Reid Howatt er voorganger, iets wat hij tot 1904 zou blijven. De gemeente zong in deze periode met een voorzanger ("precentor").

Vrij snel werd besloten een orgel aan te schaffen. Er zijn meerdere offerte's aan orgelbouwers zijn gevraagd en uiteindelijk heeft de orgelbouwer Maley, Young en Oldknow uit Noord-West Londen de opdracht kregen. In de archieven van de BIOS (British Institute for Organ Studies) blijkt dat ook orgelbouwer William Hill in 1879 een offerte ter waarde van £ 700,- heeft gemaakt voor de Presbyterian Chapel, maar uiteindelijk werd de opdracht aan de firma Maley Young en Oldknow gegund.

In 1880 werd het orgel opgeleverd. Het bevond zich linksvoor in de kerk, op een verdiepingsvloer. Onder het orgel was een gang en de consistorie. Met lange houten abstracten was er verbinding met de speeltafel die zich op de begane grond bevond. De organist was daardoor goed zichtbaar voor de gemeente. Wanneer er gestemd moest worden, was moest via een wankele ladder naar boven geklommen worden. Wanneer er onderhoud aan de speeltafel gepleegd moest worden, diende er een wand in de consistorie te worden open gemaakt.

De oplevering van het orgel

Uit het tijdschrift "Musical Opinion" van december 1880, blijkt dat het orgel op donderdag 18 november in gebruik is genomen door organist dhr J. Murray. Er was een openingsprogramma waarin behalve een aantal orgelsolo's, koor- en samenzang werd uitgevoerd.

Het openingsprogramma omvatte:

  • Orgelsolo: Andante, H. Smart
  • Orgelsolo: Fantasie, Hesse
  • Koor- en samenzang: "It shall come to pass", Garrett
  • Orgelsolo: Andante, Dr. E.S. Wesley
  • Koor- en samenzang: "I waited for the Lord", Mendelssohn
  • Orgelsolo: Allegretto, W.S. Bennett
  • Koor- en samenzang: "Hear my Prayer", Mendelssohn
  • Orgelsolo: Allegro, Lemmens
  • Solozang: "I know that my Redeemer", Händel
  • Koorzang: "Halleluja", Händel

De jaren daarna

Toen in 1918 het vijftigjarig jubileum van de kerk gevierd werd, floreerde de gemeente goed. Uit een jubileumboekje dat is uitgegeven blijkt dat de kerk oorspronkelijk 700 zitplaatsen had en dit later met een balkon zelfs uitgebreid werd naar 1000 zitplaatsen. Het orgel werd uitstekend gebruikt en van de periode 1891 tot 1923 staat vast dat deze jaarlijks gestemd door dhr Lewis. In 1901 werden ook voor £ 37,-  aan onderhoudswerk en reparatie uitgevoerd, ook door dezelfde heer Lewis. In de jaren daarna nam het aantal kerkgangers echter af en in 1936 werd de gemeente samengevoegd met een andere Presbyteriaanse gemeente in Londen. 

Het kerkgebouw werd verkocht aan een makelaar, mw. E. Gransbury. De kerk werd inclusief een deel van de inventaris verkocht en zodoende werd mw. Gransbury ook eigenaar van het orgel. Op de overdrachtsdocumenten staat hierbij nog opgemerkt dat het orgel niet voorzien was van een windmotor, maar door een orgeltrapper van lucht moest worden voorzien.

De makelaar wilde graag dat het gebouw de functie van kerk zou behouden en verhuurde het gebouw aan een kerkgemeenschap: de Elim Pentecostal Church. In 1937 besloot de makelaar het gebouw zelfs te verkopen aan diezelfde Elim Church. Deze pinkstergroep maakt zeker in de beginjaren gebruik van het orgel tijden hun samenkomsten. De gemeente was echter niet erg groot en hield de samenkomsten vaak in de Lecture Hall en gebruikte de kerk zelf alleen voor grotere evenementen. Het orgel kon een volle kerk goed aan. In de Lecture Hall maakte de Elimgemeente echter steeds meer gebruik van moderne muziekinstrumenten. Een andere Elim-gemeente in London had was zelfs de eerste gebruiker van een Hammond elektronisch orgel in Europa.

Tijdens de tweede wereldoorlog is buurt rondom de kerk enkele malen getroffen door Duitse luchtaanvallen. Het orgel is daarbij niet beschadigd, maar zat wel onder het gruis en moest schoongemaakt en gerestaureerd worden. Kwajongen sloopten bovendien een deel van het mechaniek. De voorganger van de Elim-gemeente, dhr Bill Plowright, was een orgelliefhebber en wilde graag dat het orgel weer in goede staat kwam zodat ook zijn gemeente de prachtige klank leerde kennen. Hij kwam in 1955 via kennissen in contact met iemand die hem kon helpen, dhr Mike Donovan. Deze jongeman was net, op 18-jarig leeftijd, begonnen als leerling bij orgelbouwer Kingsgate Davidson en samen met zijn leermeester, John Lester, zorgden zij ervoor dat het orgel weer in goede conditie kwam. Het orgel werd door hen voorzien van een windmotor. Het orgel werd veel gebruikt voor studie door de organisten en voor de grotere samenkomsten (vooral de Youth Rallies). Vaste organist daarbij was Ron Cooper, die ook vaste begeleider was van het London Crusader Choir. Toen er steeds minder diensten in de kerk gehouden werden, maar voornamelijk in de 'lecture hall', trokken de organisten weg. Mike Donovan ging in dienst bij Hill, Norman and Beard, een voortzetting van dezelfde orgelbouwer William Hill dat in 1879 een offerte deed voor een orgel.

In de jaren tachtig liep het aantal bezoekers van de Elim Church terug en werd de grote kerk nauwelijks meer gebruikt voor samenkomsten. De kerk had inmiddels de bijnaam  'Camberwell's Unlucky Church' gekregen. Het gebouw was in slechte toestand geraakt, het dak lekte op tientallen plaatsen en er was nauwelijks geld voor de verwarming. Het orgel deed het echter nog prima. Het was zelfs zo dat een keer, toen met de volle registratie werd gespeeld, een deel van het dak met kroonluchter en al naar beneden stortte door de trillingen! In 1979 is de kerk definitief gesloten.

Dhr Plowright was nog steeds voorganger bij de Elim-gemeente en zocht contact gezocht met een Nederlander, dhr Taco Boersma om het orgel te behouden. In het blad 'Musical Opinion' stond namelijk een advertentie waarin gevraagd werd naar orgels die overtollig waren. Het orgel is vervolgens gedemonteerd en naar Nederland verscheept. 

De kerk is rond 1980, op de bijbehorende Lecture Hall na, afgebroken. De Lecture Hall bleef tot 2014 nog wel in gebruik door de Elim Church. In dat jaar werd deze zaal verkocht aan de Okiki Imole Celestian Church of Christ. Op de locatie van de kerk staat nu een bejaardentehuis: het Plowright House for Ederly People. Hier een link naar Google Streetview om de huidige situatie te bekijken.